Terug

De buis terug van nooit weggeweest deel 5.

 

In dit vijfde deel zal de pentode ter hand worden genomen.

Het probleem met een triode is dat de versterking beperkt wordt door de
terugwerking van de anode op het rooster.

Door Langmuir en Schottky werd daarom tussen katode en stuurrooster een
extra hulprooster (schermrooster) geplaatst, dat op een constante positieve
spanning t.o.v. de kathode werd gezet. Hierdoor werd de steilheid en dus de
sturing enorm verbeterd. Deze tetrode werkte op een lage schermroosterspanning om
secundaire emissie tegen te gaan. Deze emissie ontstond doordat bij hoge schermrooster-
spanning het elektronenbombardement op de anode dusdanig groot werd dat rondom de anode een elektronenwolk ontstond, waardoor een gedeelte van deze elektronen werd afgevoerd naar het schermrooster. Hierdoor kreeg men de bekende knik in de Ia/Vg-karakteristiek. In dit gebied heeft men een negatieve inwendige weerstand, wat leidt tot oscillaties en is de buis dus onbruikbaar voor versterkerdoeleinden. Legt men n.l. op het stuurrooster een wisselspanning aan dan zal de buis een anodestroomvariatie laten zien, wat over de anodeweerstand een spanningsval tot gevolg heeft. Wordt de anodespanning lager dan de schermroosterspanning dan zal er vanaf de anode een secundaire stroom richting schermrooster lopen en de oorspronkelijke anodestroom zal afnemen. Daardoor bleef de toepassing van de tetrode beperkt. Onder het typenr. 063 werd een tetrode gebruikt bij geluidsvoorstellingen. De buis leverde bij een schermroosterspanning van 200 Volt en een anodespanning van 700 V een uitgangsvermogen van 1 Watt.

Pas in 1926 werd in het Philips-laboratorium in Eindhoven door het plaatsen van een derde rooster (rem- of keerrooster)tussen anode en schermrooster dit probleem opgelost. Door dit rooster op kathode-potentiaal te plaatsen wordt voorkomen dat de secundaire anodestroom het schermrooster zal bereiken.Ook werd hierdoor de capaciteit tussen rooster en anode drastisch verkleind, wat vooral voor hf-toepassingen van belang is.

 

Een toepassing van een pentode is een Hartley-oscillator (bovenstaande fig).
Dit is dezelfde schakeling, zoals beschreven in V2G-bulletin jaargang 2000, nr 1, waarbij het schermrooster als anode dienst doet. De anodekring bestaat uit een afgestemde kring, welke met de volgende trap is verbonden. Een variatie in de volgende trap heeft wel invloed op de anodekring, maar niet op de LC-kring van de oscillator. Men noemt een dergelijke oscillator een elektronisch gekoppelde oscillator (ECO=Electronic Coupled Oscillator).

                    Fig. 2

Een oscillator, welke wel is uitgerust met een tetrode is de "Dynatron-oscillator" (zie fig. 2). De buis is door R1 en Rg2 in het negatieve gedeelte ingesteld.
Bij het inschakelen van de spanning zal de LC-kring (La-Ca) worden aangestoten en zal er een trilling over de kring ontstaan. Deze wordt gedempt door de weerstand van de spoel.
Indien parallel aan de kring een evengrote of grotere negatieve weerstand wordt geplaatst zal de amplitude over de kring constant blijven.

Terug